Translation of "straightforwardness" into Dutch
oprechtheid is the translation of "straightforwardness" into Dutch.
straightforwardness
noun
grammar
The state or quality of being straightforward. [..]
-
oprechtheid
noun feminineIn the land of straightforwardness he will act unjustly and will not see the eminence of Jehovah.”—Isaiah 26:10.
In het land van oprechtheid zal hij onrecht plegen en hij zal de eminentie van Jehovah niet zien.” — Jesaja 26:10.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "straightforwardness" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "straightforwardness" with translations into Dutch
-
aalwaardig · aalwarig · absoluut · bloot · degelijk · direct · doorzichtig · duidelijk · eenvoudig · eerlijk · eerzaam · enkel · enkelvoudig · fatsoenlijk · getrouw · haaks · hel · helder · klaar · licht · lichtend · live · loodrecht · louter · loyaal · net · ongecompliceerd · onomwonden · onvermengd · onvoorwaardelijk · open · oprecht · proper · puur · recht · rechthoekig · rechts · rechtstreeks · rechttoe rechtaan · rein · ronduit · schoon · simpel · transparant · trouw · trouwhartig · uitgesproken · vandehands · volstrekt · vrijuit · zindelijk · zuiver
-
aalwaardig · aalwarig · absoluut · bloot · degelijk · direct · doorzichtig · duidelijk · eenvoudig · eerlijk · eerzaam · enkel · enkelvoudig · fatsoenlijk · getrouw · haaks · hel · helder · klaar · licht · lichtend · live · loodrecht · louter · loyaal · net · ongecompliceerd · onomwonden · onvermengd · onvoorwaardelijk · open · oprecht · proper · puur · recht · rechthoekig · rechts · rechtstreeks · rechttoe rechtaan · rein · ronduit · schoon · simpel · transparant · trouw · trouwhartig · uitgesproken · vandehands · volstrekt · vrijuit · zindelijk · zuiver
-
aalwaardig · aalwarig · absoluut · bloot · degelijk · direct · doorzichtig · duidelijk · eenvoudig · eerlijk · eerzaam · enkel · enkelvoudig · fatsoenlijk · getrouw · haaks · hel · helder · klaar · licht · lichtend · live · loodrecht · louter · loyaal · net · ongecompliceerd · onomwonden · onvermengd · onvoorwaardelijk · open · oprecht · proper · puur · recht · rechthoekig · rechts · rechtstreeks · rechttoe rechtaan · rein · ronduit · schoon · simpel · transparant · trouw · trouwhartig · uitgesproken · vandehands · volstrekt · vrijuit · zindelijk · zuiver
-
aalwaardig · aalwarig · absoluut · bloot · degelijk · direct · doorzichtig · duidelijk · eenvoudig · eerlijk · eerzaam · enkel · enkelvoudig · fatsoenlijk · getrouw · haaks · hel · helder · klaar · licht · lichtend · live · loodrecht · louter · loyaal · net · ongecompliceerd · onomwonden · onvermengd · onvoorwaardelijk · open · oprecht · proper · puur · recht · rechthoekig · rechts · rechtstreeks · rechttoe rechtaan · rein · ronduit · schoon · simpel · transparant · trouw · trouwhartig · uitgesproken · vandehands · volstrekt · vrijuit · zindelijk · zuiver
Add example
Add