Translation of "supply" into Dutch

leveren, bevoorraden, aanvoer are the top translations of "supply" into Dutch.

supply noun adverb verb grammar

(intransitive) To act as a substitute. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • leveren

    verb

    voor de aanvoer van iets zorg dragen [..]

    The lake supplies water to the village.

    Het meer levert water aan het dorp.

  • bevoorraden

    verb

    voorzien van benodigheden

    Hospitals generally obtain their supplies direct from the laboratories or through purchasing consortia.

    Ziekenhuizen bevoorraden zich over het algemeen rechtstreeks bij de farmaceutische laboratoria of via inkooporganisaties.

  • aanvoer

    noun masculine

    het aanbrengen

    Simplicity, robustness and short supply lines will assist communities to achieve this.

    Met een eenvoudige, krachtige houding en aanvoer over korte afstanden kunnen gemeenten een en ander gemakkelijker verwezenlijken.

  • Less frequent translations

    • voorziening
    • voorraad
    • bevoorrading
    • aanvoeren
    • bezorging
    • stijven
    • afleveren
    • voorzien van
    • toevoeren
    • provisie
    • toevoer
    • bestellen
    • spekken
    • provianderen
    • levering
    • verschaffen
    • leverantie
    • proviandering
    • voorzien
    • verstrekken
    • aanbod
    • beschikbaarstelling
    • voedselvoorziening
    • zorgen
    • houden
    • bezorgen
    • opslag
    • reserve
    • uitreiken
    • bemiddelen
    • magazijn
    • verstrekking
    • voorraadkamer
    • bergruimte
    • aanbrengen
    • opslagplaats
    • aangeven
    • veroorzaken
    • meegeven
    • plaatsvervanger
    • aanrichten
    • stichten
    • provisiekamer
    • beleggen
    • teweegbrengen
    • weggeven
    • provisiekast
    • ravitaillering
    • wegschenken
    • bewaarplaats
    • verklikken
    • bergplaats
    • restrictie
    • klikken
    • uitschrijven
    • voorbehoud
    • vergeven
    • aandoen
    • verlaten
    • in de steek laten
    • laten varen
    • verzorgen
    • toeleveren
    • dealen
    • toevoegen
    • bemeubelen
    • voorzien in
    • zorgen voor
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "supply" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Supply
+ Add

"Supply" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Supply in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "supply" with translations into Dutch

Add

Translations of "supply" into Dutch in sentences, translation memory