Translation of "tackling" into Dutch
tackelen, takelage are the top translations of "tackling" into Dutch.
tackling
noun
verb
grammar
Present participle of tackle. [..]
-
tackelen
neuterIt's football nomenclature for when a quarterback is tackled behind the line of scrimmage. Huh.
Dat is als een quarterback achter de scrimmagelijn getackeld wordt.
-
takelage
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "tackling" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "tackling" with translations into Dutch
-
Defensive tackle
-
sliding
-
iets aanpakken
-
Offensive tackle
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · beginnen · beginnen met · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · enteren · fnuiken · fusilleren · gaan door · garnering · garnituur · gerei · geruststellen · grijpen · kalmeren · kappen · kleinmaken · landen · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · pakken · putten uit · rooien · slachten · slopen · stelletje · stoten op · tackelen · tackle · takel · terneerdrukken · toespreken · toetreden · tuig · tuigen · uitgraven · uitputten · vasthaken · vastmaken · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren · zich stoten aan
-
tuigen
-
roertalie
-
aanpakken · beginnen met · doorpakken · tackelen
Add example
Add