Translation of "throw" into Dutch
gooien, werpen, worp are the top translations of "throw" into Dutch.
(transitive) To cause an object to move rapidly through the air. [..]
-
gooien
verbto cause an object to move rapidly through the air [..]
The boy liked throwing eggs at people from the window of his flat.
De jongen vond het leuk om eieren naar mensen te gooien vanuit het raam van zijn flat.
-
werpen
verbto cause an object to move rapidly through the air [..]
People who live in glass houses shouldn't throw stones.
Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen werpen.
-
worp
noun masculineflight of a thrown object [..]
Seriously free throws are probably the best facet of my game.
Serieus, vrije worpen zijn waarschijnlijk het beste onderdeel van mijn spel.
-
Less frequent translations
- smijten
- keilen
- uitspelen
- gooi
- afwerpen
- omgooien
- kleien
- verplaatsing
- spugen
- spuwen
- weggooien
- uitwerpen
- lanceren
- plannen
- leggen
- mikken
- verslaan
- draaien
- twijnen
- beramen
- ontwerpen
- doen vallen
- plannen smeden
- flikkeren
- jenzen
- kogelen
- lazeren
- deinen
- vormen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "throw" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "throw"
Phrases similar to "throw" with translations into Dutch
-
belichten
-
het kind met het badwater weggooien
-
Throwing Muses
-
iemand uitdagen
-
olie op het vuur gieten