Translation of "trembling" into Dutch

rilling, bevend, bibberend are the top translations of "trembling" into Dutch.

trembling noun adjective verb grammar

Present participle of tremble. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • rilling

    noun

    I stay up trembling at the thought of your cold hand touching me.

    Ik krijg de rillingen van de gedachte dat je koude hand me aanraakt.

  • bevend

    particle

    Licht en onregelmatig vibrerend.

    His hand was trembling as he picked up his pen to sign.

    Zijn hand beefde toen hij de vulpen nam om te ondertekenen.

  • bibberend

    particle

    Licht en onregelmatig vibrerend.

    It is fun to imagine him trembling with fear behind his phone tapping equipment.

    Ik vind het fijn dat hij nu waarschijnlijk bibbert van schrik aan zijn afluisterapparatuur.

  • Less frequent translations

    • bibberende
    • bibberig
    • rillend
    • trillend
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "trembling" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "trembling" with translations into Dutch

  • beven · bibberen · huiveren · rillen · trillen
  • gebibberd
  • beginnen te trillen · beven · bibberen · flakkeren · huiveren · ijzen · lillen · opspringen · rillen · sidderen · trillen
  • beginnen te trillen · beven · bibberen · flakkeren · huiveren · ijzen · lillen · opspringen · rillen · sidderen · trillen
  • beven · bibberen · huiveren · rillen · trillen
  • beginnen te trillen · beven · bibberen · flakkeren · huiveren · ijzen · lillen · opspringen · rillen · sidderen · trillen
  • beginnen te trillen · beven · bibberen · flakkeren · huiveren · ijzen · lillen · opspringen · rillen · sidderen · trillen
  • beginnen te trillen · beven · bibberen · flakkeren · huiveren · ijzen · lillen · opspringen · rillen · sidderen · trillen
Add

Translations of "trembling" into Dutch in sentences, translation memory