Translation of "used up" into Dutch
op, opgemaakt, uitgeput are the top translations of "used up" into Dutch.
used up
adjective
verb
grammar
Simple past tense and past participle of use up. [..]
-
op
adjective -
opgemaakt
adjectiveWe have used up the coal.
We hebben de kolen opgemaakt.
-
uitgeput
adjective
-
Less frequent translations
- uitverkocht
- verbruikt
- afgewerkt
- uit
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "used up" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "used up" with translations into Dutch
-
afbreken · afdragen · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · consumeren · de moed ontnemen · delven · deprimeren · deren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · krenken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · ootmoedigen · opduikelen · opgebruiken · opgraven · opmaken · opteren · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slijten · slopen · terneerdrukken · uitgraven · uitputten · vellen · verbruiken · vernederen · verootmoedigen · verorberen · verslaan · verslijten · verteren · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
-
opgebruiken · opmaken · verbruiken
-
consumptie
Add example
Add