Translation of "win" into Dutch
winnen, overwinning, behalen are the top translations of "win" into Dutch.
win
Verb
verb
noun
grammar
(obsolete, transitive) To conquer, defeat. [..]
-
winnen
verbintransitive: achieve by winning [..]
It is impossible to win without another one losing.
Het is onmogelijk te winnen zonder dat een ander verliest.
-
overwinning
noun feminineindividual victory [..]
Look, that operation was a big win for us.
Die operatie was een grote overwinning voor ons.
-
behalen
verbYour actions here will decide if you win the prize of eternal life.
Je daden bepalen of je de prijs van het eeuwige leven behaalt.
-
Less frequent translations
- overwinnen
- verdienen
- winst
- verwerven
- verkrijgen
- baat
- gewin
- verdienste
- veroveren
- zegevieren
- succes
- werven
- buitmaken
- aanbrengen
- aanwerven
- bereiken
- inhalen
- reiken tot
- zege
- overreden
- triomf
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "win" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "win"
Phrases similar to "win" with translations into Dutch
-
Winning London
-
win-win
-
Bring It On: In It to Win It
-
win-winsituatie
-
driepuntensysteem
-
overwinnen
-
de overwinning voor de poorten van de hel wegslepen
-
Pro Evolution Soccer
Add example
Add