Translation of "worry" into Dutch

zorgen, zorg, bezorgd zijn are the top translations of "worry" into Dutch.

worry verb noun grammar

(transitive) To seize or shake by the throat, especially of a dog or wolf. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • zorgen

    verb

    be troubled

    You don't have to worry about something like that.

    Je hoeft je geen zorgen te maken over zoiets.

  • zorg

    noun

    Een hevig gevoel van onrust.

    You don't have to worry about something like that.

    Je hoeft je geen zorgen te maken over zoiets.

  • bezorgd zijn

    verb

    To be anxious about something.

    If we're not worried, he won't worry, either.

    Als wij niet bezorgd zijn, is hij het ook niet.

  • Less frequent translations

    • bezorgdheid
    • zich bekommeren
    • bezorgd
    • grieven
    • vrees
    • bedroeven
    • verdrieten
    • ergeren
    • verdriet doen
    • zorg dragen
    • piekeren
    • angst
    • ongerustheid
    • tobben
    • storen
    • gepieker
    • kwelling
    • zich zorgen maken
    • verontrusten
    • bekommeren
    • kopzorg
    • kwellen
    • hinderen
    • spanning
    • benauwen
    • plagen
    • verdriet
    • zeuren
    • vervelen
    • tobberij
    • beklemmen
    • bezorgd maken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "worry" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "worry" with translations into Dutch

  • zich zorgen maken
  • angstig · bang · beducht · bekommerd · benauwd · bezorgd · bezorgde · druk · gejaagd · ongerust · onrustig · rusteloos · verontrust · woelig · zorgelijk
  • beslommeringen · muizenissen · zorgen
  • maak je geen zorgen!
  • geen dank · geen probleem · graag gedaan · maak je maar geen zorgen
  • Why Worry?
  • getob · onrustwekkend · zorgelijk · zorgwekkend
  • zich ergeren
Add

Translations of "worry" into Dutch in sentences, translation memory