Translation of "yielding" into Dutch
toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand are the top translations of "yielding" into Dutch.
Present participle of yield. [..]
-
toegeeflijk
adjectivedocile
How do we, a modern, busy, competitive people, become yielded and still?
Hoe worden wij — een modern, druk, prestatiegericht volk — toegeeflijk en stil?
-
inschikkelijk
Geneigd toe te geven aan het argument of de invloed of de controle.
In what way can Christian overseers be yielding when meeting together?
Op welke manier kunnen opzieners inschikkelijk zijn als ze vergaderen?
-
meegaand
particleGeneigd toe te geven aan het argument of de invloed of de controle.
We are willing to listen to their opinions and when appropriate yield to their viewpoint.—Phil.
We zijn bereid om naar hun mening te luisteren en we zijn meegaand waar het kan (Fil.
-
Less frequent translations
- toegevend
- coulant
- goedig
- handelbaar
- toegevelijk
- soepele
- buigzaam
- voordelig
- concessie
- gedwee
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "yielding" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "yielding" with translations into Dutch
-
dividendaandelen
-
opgeleverd
-
yieldcurve
-
hoge opbrengst
-
afstaan · opbrengen · toegeven · vruchten afwerpen · wijken · zwichten
-
vangst
-
Vloeigrens · aanbotsen · aanbrengen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanhouden · aanreiken · aansteken · abdiceren · abdiqueren · achteruitgaan · achteruitlopen · afleggen · afleveren · afstaan · afstand doen · afstand doen van · aftreden · afwerpen · belonen · bestellen · bezwijken · capituleren · doeltreffendheid · doneren · doorbrengen · efficiëntie · geduwd worden · geven · het veld ruimen · in de steek laten · inkomen · inschakelen · inwilligen · klikken · laten varen · leveren · omzet · oogst · opbrengen · opbrengst · opgeven · opleveren · overgeven · prijsgeven · product · productie · produktie · rendement · rente · schakelen · schenken · terrein verliezen · terugdeinzen · teruggaan · teruglopen · toebrengen · toegeven · toekennen · toestemmen · toevoeren · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstellen · uitstijgen · uittreden · uitvallen · verdagen · verdrijven · vergeven · verklikken · verlaten · verlenen · verlopen · verschuiven · vieren · voortbrengen · weggeven · wegschenken · wijken · zich onderwerpen · zich stoten · zwichten
-
dividendrendement