Translation of "arriver" into Dutch

gebeuren, aankomen, arriveren are the top translations of "arriver" into Dutch.

arriver verb grammar

Parvenir à destination [..]

+ Add

French-Dutch dictionary

  • gebeuren

    verb

    Zich voordoen, plaatsvinden [..]

    Je me fiche de ce qui est arrivé.

    Het maakt me niet uit wat er gebeurd is.

  • aankomen

    verb

    een bestemming bereiken [..]

    Je suis arrivé hier et je repartirai demain.

    Ik ben gisteren aangekomen en zal morgen teruggaan.

  • arriveren

    verb

    de bestemming bereiken [..]

    Le train est arrivé.

    De trein is gearriveerd.

  • Less frequent translations

    • overkomen
    • voorkomen
    • aanbelanden
    • voorvallen
    • slagen
    • geschieden
    • bereiken
    • terechtkomen
    • aanlanden
    • klaarspelen
    • doorkomen
    • aan de hand zijn
    • slagen voor
    • plaatsvinden
    • verschijnen
    • belanden
    • zich
    • voordoen
    • plaatshebben
    • toegaan
    • krijgen
    • plaatsgrijpen
    • aanbieden
    • toekomen
    • finishen
    • befall
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "arriver" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "arriver" with translations into Dutch

Add

Translations of "arriver" into Dutch in sentences, translation memory