Translation of "causer" into Dutch
veroorzaken, aanrichten, teweegbrengen are the top translations of "causer" into Dutch.
Donner lieu à, faire qu'un évènement se produise, pas toujours intentionnellement. [..]
-
veroorzaken
verbNaar aanleiding van, oorzaak van het gebeuren of het zich voordoen, niet altijd opzettelijk. [..]
Quels problèmes peut-elle causer ?
Welke moeilijkheden kan zij veroorzaken?
-
aanrichten
verbveroorzaken, met name van schade [..]
Entre de mauvaises mains, cette épée peut causer de grands malheurs.
In de verkeerde handen kan dit zwaard veel kwaad aanrichten.
-
teweegbrengen
verbNaar aanleiding van, oorzaak van het gebeuren of het zich voordoen, niet altijd opzettelijk. [..]
Qu’est-ce qui a causé ce profond changement d’attitude ?
Wat had die grote ommekeer in zijn visie teweeggebracht?
-
Less frequent translations
- stichten
- aandoen
- uitschrijven
- beleggen
- houden
- praten
- kletsen
- babbelen
- keuvelen
- berokkenen
- verwekken
- uitlokken
- aanbrengen
- doen plaatsgrijpen
- doen plaatshebben
- teweeg brengen
- spreken
- baren
- klappen
- converseren
- provoceren
- zwammen
- kwebbelen
- wauwelen
- snateren
- lullen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "causer" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "causer"
Phrases similar to "causer" with translations into Dutch
-
oorzaken van kanker
-
stofoorzaak
-
veroorzaakt
-
aangelegenheid · aanleiding · affaire · beweeggrond · beweegreden · bron · ding · doel · grond · keuze · motief · omdat · oorzaak · proces · rechtszaak · reden · wortel · zaak
-
omdat
-
meerdere oorzaken
-
Watersnood van 1953
-
eredoctor