Translation of "copuler" into Dutch
copuleren, vrijen, neuken are the top translations of "copuler" into Dutch.
copuler
verb
grammar
Avoir une relation sexuelle. [..]
-
copuleren
verbgeslachtsgemeenschap hebben
Mon ami cherche quelqu'un avec qui copuler.
Mijn vriend zoekt iemand om mee te copuleren.
-
vrijen
verb neuterIls allaient copuler sur mon bureau.
Ze gingen vrijen op mijn bureau.
-
neuken
verb
-
Less frequent translations
- coïteren
- geslachtsgemeenschap hebben
- liefde bedrijven
- naar bed gaan met
- slapen met
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "copuler" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add