Translation of "dupe" into Dutch
dupe, naïeveling are the top translations of "dupe" into Dutch.
dupe
noun
verb
feminine
grammar
Personne qui croit facilement n'importe quoi.
-
dupe
Tu pensais bien faire. et tu t'es faites dupé.
Je trachtte er goed aan te doen, en werd er de dupe van.
-
naïeveling
Iemand die gemakkelijk alles gelooft.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "dupe" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "dupe" with translations into Dutch
-
The Wrath of Con
-
bedotten · bedriegen · beduvelen · beetnemen · duperen · fraude · fraudeur · in de maling nemen · misleiden · ontwijken · oplichten · te slim af zijn · verlakken · verleiden · verschalken
-
bedotten · bedriegen · beduvelen · beetnemen · duperen · fraude · fraudeur · in de maling nemen · misleiden · ontwijken · oplichten · te slim af zijn · verlakken · verleiden · verschalken
Add example
Add