Translation of "fâcher" into Dutch
ergeren, beledigen, irriteren are the top translations of "fâcher" into Dutch.
fâcher
verb
grammar
-
ergeren
verbLà non plus, nous ne devons pas baisser pavillon pour ne pas fâcher l'administration américaine.
Ook in verband met de bananen mogen wij niet inbinden om de Amerikaanse regering niet te ergeren.
-
beledigen
verbCela me fâcherait et je pourrais devenir méchant si tu refusais.
Ik voel me beledigd en ga gemeen doen als je weigert.
-
irriteren
verbJe suis fâché contre moi-même.
U bent geïrriteerd over mij en ik ook.
-
Less frequent translations
- krenken
- ontstemmen
- kwaad maken
- verdrieten
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "fâcher" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "fâcher" with translations into Dutch
-
boos zijn · kwaad zijn
-
boos · boze · gebelgd · geschokt · geërgerd · geërgerde · gram · kwaad · kwade · lelijk · met opgestoken zeilen · ontdaan · op hoge poten · overstuur · toornig · van streek · verbolgen · vergramd · verstoord · vertoornd
-
boos · boze · kwaad · kwade
Add example
Add