Translation of "faire" into Dutch

doen, maken, zijn are the top translations of "faire" into Dutch.

faire verb grammar

Créer, produire, fabriquer [..]

+ Add

French-Dutch dictionary

  • doen

    verb

    een actie ondernemen [..]

    J'ignore comment je l'ai fait. Ce qui importe est que je l'ai fait.

    Ik weet niet hoe ik het deed. Wat belangrijk is, is dát ik het deed.

  • maken

    verb

    Iets creëren, werken of wat werk verrichten met resultaat; iets bouwen; produceren; verzorgen, of veroorzaken dat iets ontstaat. [..]

    Tu ne dois pas faire de bruit en classe.

    Je mag in de klas geen lawaai maken.

  • zijn

    verb masculine

    (Impersonnel) Il fait : s’emploie pour marquer la nature, l’état, la disposition ou les qualités [..]

    J'ai accompli tout ce que j'espérais faire aujourd'hui.

    Ik heb alles gedaan wat ik vandaag van plan was.

  • Less frequent translations

    • uitvoeren
    • bedrijven
    • laten
    • aanmaken
    • koken
    • creëren
    • produceren
    • fabriceren
    • uitbrengen
    • uitrichten
    • gebeuren
    • laten doen
    • veroorzaken
    • bereiden
    • klaarmaken
    • vervaardigen
    • beoefenen
    • lopen
    • afleggen
    • aanrichten
    • pijpen
    • uitwerken
    • naar
    • handelen
    • bewerkstelligen
    • opmaken
    • slagen
    • scheppen
    • wandelen
    • ketsen
    • voortbrengen
    • hoogspringen
    • bezig zijn
    • verrichten
    • pauzeren
    • drogen
    • douchen
    • spagaat
    • split
    • een douche nemen
    • een stortbad nemen
    • grand écart
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "faire" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "faire"

Phrases similar to "faire" with translations into Dutch

Add

Translations of "faire" into Dutch in sentences, translation memory