Translation of "fini" into Dutch
afgelopen, eindig, voorbij are the top translations of "fini" into Dutch.
fini
adjective
noun
verb
masculine
grammar
Arrivé à son terme. [..]
-
afgelopen
adjectiveArrivé à son terme.
La conférence finira demain.
Morgen is de conferentie afgelopen.
-
eindig
adjectiveEst-ce que la réunion peut finir dans les deux heures ?
Kan de bijeenkomst binnen twee uur eindigen?
-
voorbij
adverbNe fais pas une tête d'enterrement, rien n'est fini !
Kijk niet zo somber, niets is voorbij!
-
Less frequent translations
- gedaan
- afgewerkt
- kapot
- over
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "fini" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "fini" with translations into Dutch
-
eind goed al goed · eind goed alles goed · eind goed, al goed
-
afdragen · aflopen · afmaken · afronden · afsluiten · afwerken · belanden · besluiten · beëindigen · einde · einden · eindigen · eindigen met · eindigen op · finishen · gedaan zijn · opeten · ophouden · sluiten · stilleggen · stoppen · terechtkomen · uitgaan · uitlopen · uitmaken · uitraken · verlopen · voleindigen · voltooien
-
Finis Valorum
-
Lokaal eindige maat
-
doen eindigen
-
eindige verzameling
-
gereed product · voltooid product
-
Leonor Fini
Add example
Add