Translation of "gars" into Dutch

kerel, jongen, gast are the top translations of "gars" into Dutch.

gars noun masculine grammar

Un membre adulte humain du sexe qui engendre sa progéniture en fertilisant des ovules.

+ Add

French-Dutch dictionary

  • kerel

    noun masculine

    Volwassen menselijk lid van de kunne die jong begint met het bevruchten van eicellen.

    C'est un bon gars.

    Hij is een goede kerel.

  • jongen

    noun masculine

    Volwassen menselijk lid van de kunne die jong begint met het bevruchten van eicellen.

    John dit "Hey les gars, faisons une pause."

    John zei: "Hé jongens, laten we een pauze nemen."

  • gast

    noun masculine

    Volwassen menselijk lid van de kunne die jong begint met het bevruchten van eicellen.

    La plupart des gars ont un tas de logiciels modernes.

    AI die gasten van tegenwoordig hebben computers en zo.

  • Less frequent translations

    • jongens
    • gozer
    • knaap
    • vent
    • mannen
    • gasten
    • kerels
    • knul
    • jochie
    • joch
    • man
    • heer
    • baas
    • manspersoon
    • pief
    • boys
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "gars" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "gars"

Add

Translations of "gars" into Dutch in sentences, translation memory