Translation of "parler" into Dutch

spreken, praten, overleggen are the top translations of "parler" into Dutch.

parler verb noun masculine grammar

Parler de quelqu'un ou quelque chose avec peu de considération ou de manière indiscrète. [..]

+ Add

French-Dutch dictionary

  • spreken

    verb

    zich met behulp van de stem uiten [..]

    Ma maman ne parle pas très bien anglais.

    Mijn moeder spreekt niet zo erg goed Engels.

  • praten

    verb

    zich met behulp van de stem uiten [..]

    Si tu parlais moins et écoutais davantage, tu apprendrais sans doute quelque chose.

    Als je minder zou praten en meer zou luisteren kun je misschien iets leren.

  • overleggen

    verb

    Tu ne peux pas prendre ce genre de décisions sans m'en parler.

    Je kan dit niet zomaar doen, zonder met mij te overleggen.

  • Less frequent translations

    • uitspreken
    • converseren
    • gepraat
    • taal
    • babbelen
    • vermelden
    • dialect
    • kletsen
    • roddelen
    • verklappen
    • stijl
    • spraakstijl
    • taalstijl
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "parler" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "parler"

Phrases similar to "parler" with translations into Dutch

Add

Translations of "parler" into Dutch in sentences, translation memory