Translation of "pisse" into Dutch

pis, urine, zeiken are the top translations of "pisse" into Dutch.

pisse verb noun feminine
+ Add

French-Dutch dictionary

  • pis

    noun masculine

    Vloeibaar uitwerpsel, bestaande uit water, zouten en ureum, die worden gemaakt in de nieren, opgeslagen in de blaas, en dan vrijgegeven door de urinebuis. [..]

    Ces ordures ont besoin de sentir le goût de leur pisse.

    Wat dit tuig nodig heeft, is een slok van hun eigen pis.

  • urine

    noun feminine

    Vloeibaar uitwerpsel, bestaande uit water, zouten en ureum, die worden gemaakt in de nieren, opgeslagen in de blaas, en dan vrijgegeven door de urinebuis.

    Une résurgence de pisse a fait des morts.

    Er is een overstroming van urine en er zijn al veel doden.

  • zeiken

    verb

    Tu gagnes un livre, te pisses dessus et maintenant tu te fais électrocuté.

    Je wint een euro, zeikt jezelf onder en wordt geëlectrocuteerd.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "pisse" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "pisse" with translations into Dutch

  • druiper · gonorroe
  • kattenpis
  • een plas doen · miegen · piesen · pipi doen · pissen · plassen · urineren · wateren · zeiken
  • azijnpisser · brombeer · brompot · druiloor · grompot · kankeraar · knorrepot · mopperaar · nijdas · nurk · zuurpruim
  • gieten · pijpenstelen regenen · regenen dat het giet
  • kniesoor
  • een plas doen · miegen · piesen · pipi doen · pissen · plassen · urineren · wateren · zeiken
Add

Translations of "pisse" into Dutch in sentences, translation memory