Translation of "promener" into Dutch
uitlaten, wandelen, afrijden are the top translations of "promener" into Dutch.
promener
verb
grammar
Mener, conduire, faire aller quelqu’un de côté ou d’autre. [..]
-
uitlaten
verbMener, conduire, faire aller quelqu’un de côté ou d’autre.
Peux-tu promener un peu le chien ?
Kan je de hond even uitlaten?
-
wandelen
verbeen wandeling maken
Marie et Tom ont décidé de se promener dans la forêt voisine.
Maria en Tom besloten het nabijgelegen bos in te wandelen.
-
afrijden
Mener, conduire, faire aller quelqu’un de côté ou d’autre.
-
Less frequent translations
- lopen
- slenteren
- gaan
- spankeren
- zich vertreden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "promener" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "promener" with translations into Dutch
-
kuieren · wandelen
-
aan de wandel zijn · flaneren · gaan · kuieren · lopen · rijden · rondslenteren · slenteren · stappen · tippelen · wandelen
-
aan de wandel zijn · flaneren · gaan · kuieren · lopen · rijden · rondslenteren · slenteren · stappen · tippelen · wandelen
Add example
Add