Translation of "Prova" into Dutch

Repetitie, bewijs, test are the top translations of "Prova" into Dutch.

Prova
+ Add

Italian-Dutch dictionary

  • Repetitie

    theater

    Proviamo fra venti minuti.

    Repetitie over 20 minuten?

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Prova" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

prova noun verb feminine grammar

Periodo di tempo nel quale si prova un prodotto o un'attrezzatura in condizioni di uso normale o estremo per valutare le sue caratteristiche. [..]

+ Add

Italian-Dutch dictionary

  • bewijs

    noun neuter

    strafrecht [..]

    La loro colpevolezza non è stata ancora provata.

    Hun schuld is nog niet bewezen.

  • test

    noun masculine

    Een sessie waarbij een product of stuk apparatuur wordt blootgesteld aan dagelijkse en/of extreme condities en het wordt beproefd voor zijn duurzaamheid, etc.

    La percentuale di emergenza e la velocità di sviluppo dei chironomidi sono misurate alla fine della prova.

    Aan het eind van de test worden het uitkomstquotiënt en het ontwikkelingstempo van Chironomidae gemeten.

  • proef

    noun masculine

    Een sessie waarbij een product of stuk apparatuur wordt blootgesteld aan dagelijkse en/of extreme condities en het wordt beproefd voor zijn duurzaamheid, etc.

    Servono a mettere alla prova il nostro carattere.

    Daarmee wordt ons karakter op de proef gesteld.

  • Less frequent translations

    • teken
    • adstructie
    • getuigenis
    • blijk
    • verklaring
    • getuigenverklaring
    • certificaat
    • beproeving
    • repetitie
    • poging
    • getuigschrift
    • testimonium
    • merkteken
    • attest
    • wenk
    • bewijsmateriaal
    • proeftijd
    • toetsen
    • toets
    • uitdaging
    • proces
    • beteugelen
    • betomen
    • bedwingen
    • bewijsstuk
    • onderzoek
    • proof
    • bezoeking

Images with "Prova"

Phrases similar to "Prova" with translations into Dutch

  • benijden · jaloers zijn
  • provo
  • proefopname
  • veldproef
  • aanpassen · aantonen · adstrueren · beleven · beproeven · bewijzen · certificeren · demonstreren · ervaren · getuigen · ondervinden · passen · pogen · proberen · staven · toetsen · trachten · uitproberen · uitwijzen · vertonen · waarmaken
  • afgemat · afgepeigerd · beamen · bekaf · beproefd · betrouwbaar · billijken · goedkeuren · kapot · pompaf · uitgeput · vertrouwd
  • oorspronkelijke licentiestatus heractiveren
Add

Translations of "Prova" into Dutch in sentences, translation memory