Translation of "abitare" into Dutch

wonen, verblijven, resideren are the top translations of "abitare" into Dutch.

abitare verb grammar
+ Add

Italian-Dutch dictionary

  • wonen

    verb

    Een permanente woonst hebben.

    Non so dove abita.

    Ik weet niet waar hij woont.

  • verblijven

    verb

    Een permanente woonst hebben.

    Il posto sembrava abitato da due o tre persone.

    Het lijkt dat er twee tot drie mensen verbleven.

  • resideren

    Een permanente woonst hebben.

  • Less frequent translations

    • gevestigd zijn
    • leven
    • bewonen
    • huizen
    • inwonen
    • rondhangen
    • beslaan
    • bekleden
    • bezetten
    • bezig houden
    • in beslag nemen
    • vertoeven
    • plakken
    • verwijlen
    • wijlen
    • verblijf houden
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abitare" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "abitare" with translations into Dutch

Add

Translations of "abitare" into Dutch in sentences, translation memory