Translation of "imbrogliare" into Dutch

bedriegen, oplichten, valsspelen are the top translations of "imbrogliare" into Dutch.

imbrogliare verb grammar

Fare in modo che qualcuno creda a una bugia; praticare la frode o l'inganno. [..]

+ Add

Italian-Dutch dictionary

  • bedriegen

    verb

    Iemand iets onwaar wijs maken. [..]

    Se siete abbastanza bravi, riuscirete a imbrogliare davanti ai loro occhi.

    Als je goed genoeg bent kun je bedriegen recht voor hun neus!

  • oplichten

    verb

    Oneerlijk handelen.

    Ti serve qualcuno che conosce il sistema tanto quanto Jasper, ma che non ti imbrogli.

    Je hebt iemand nodig die weet van de zaken, zoals Jasper, maar die je niet oplicht.

  • valsspelen

    verb

    Dopo aver imbrogliato a carte, fu colpito e dato per morto.

    Hij werd neergeschoten en voor dood achtergelaten na valsspelen bij't kaarten.

  • Less frequent translations

    • misleiden
    • sjoemelen
    • truc
    • ontgoochelen
    • zot
    • teleurstellen
    • tegenvallen
    • in de maling nemen
    • op een dwaalspoor zetten
    • schurkachtig handelen
    • frauderen
    • belazeren
    • beetnemen
    • beduvelen
    • bedonderen
    • afzetten
    • zwendelen
    • verwarren
    • door mekaar mengen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "imbrogliare" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "imbrogliare" with translations into Dutch

  • bedrog · deceptie · flater · fraude · misleiding · oplichterij · oplichting · verwarring · zwendel
Add

Translations of "imbrogliare" into Dutch in sentences, translation memory