Translation of "Visus" into Dutch
zien, zicht, aanblik are the top translations of "Visus" into Dutch.
Visus
-
zien
verbbiologisch proces
Canem magnum ante domum domini Hill iacentem vidi.
Ik zag een grote hond die voor meneer Hills huis lag.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Visus" into Dutch
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
visus
noun
particle
masculine
grammar
-
zicht
noun neuter -
aanblik
noun -
aanschouwen
verb
-
Less frequent translations
- gezichtsvermogen
- view
- zien
Phrases similar to "Visus" with translations into Dutch
-
aanschouwen · zien
-
als · blijken · lijken · op · overkomen · schijnen · toeschijnen · uitzien · verschijnen · voorkomen
-
alomtegenwoordig
-
aanschouwen · beeld · begrijpen · bekijken · beschouwen · bevatten · bezien · constateren · kijken · observeren · opmerken · snappen · verstaan · voorzien · waarnemen · zien
-
ziet
-
visum
-
ik kwam, ik zag, ik overwon
-
aanschouwen · bekijken · bezien · bezoeken · opzoeken · zien
Add example
Add