Translation of "ha" into Dutch

hebben, beschikbaar hebben, bezitten are the top translations of "ha" into Dutch.

ha grammar
+ Add

Norwegian-Dutch dictionary

  • hebben

    verb p

    In het bezit zijn van een object.

    Hvis folket ikke har brød, kan det jo spise kaker.

    Als ze geen brood hebben, laat ze dan taart eten!

  • beschikbaar hebben

    De fleste av dem som har stilt seg til disposisjon, har måttet overvinne visse hindringer.

    De meesten die zich beschikbaar hebben gesteld, moesten bepaalde obstakels overwinnen.

  • bezitten

    verb

    In het bezit zijn van een object.

    Jeg har tre kameraer.

    Ik bezit 3 fototoestellen.

  • ter beschikking hebben

    Hva ville du ha prioritert hvis du hadde en slik sum til din disposisjon?

    Welke zaken zouden bij u op de eerste plaats komen als u zo veel geld ter beschikking had?

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "ha" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate

Phrases similar to "ha" with translations into Dutch

Add

Translations of "ha" into Dutch in sentences, translation memory