Translation of "ja" into Dutch
ja, jawel, immers are the top translations of "ja" into Dutch.
ja
noun
interjection
adverb
neuter
grammar
-
ja
interjectionEen woord dat gebruikt wordt om instemming aan te geven of iets te bevestigen. [..]
Han har allerede sagt ja.
Hij heeft al ja gezegd.
-
jawel
adverbOg du trenger manikyr, ja.
En dan'n manicure, jawel!
-
immers
adverbJa, det er nettopp derfor disse beretningene er nedskrevet!
Met het oog hierop zijn deze dingen immers opgetekend!
-
Less frequent translations
- ook
- toch
- wel
- zeker
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "ja" into Dutch
-
Glosbe Translate
Phrases similar to "ja" with translations into Dutch
-
aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aantrekken · aanvaarden · accepteren · bekleden · bepleisteren · binnenlaten · collecteren · doorstaan · genieten · goedvinden · het eens zijn · innen · inzamelen · kleden · krijgen · lijden · omkleden · ondergaan · ontvangen · oogsten · opbrengen · opleggen · overtrekken · pleisteren · plukken · rapen · staan · stukadoren · toegeven · toelaten · toestemmen · toucheren · uitstaan · velen · verdragen · verzamelen
-
Ja Rule
Add example
Add