agent in Dutch dictionary

  • agent

    Meanings and definitions of "agent"

    • een vertegenwoordiger van een bedrijf
    • Een beambte in de wetshandhaving.

    Grammar and declension of agent

    • agent m.
    • agent m (plural agenten, diminutive agentje n)
  • Agent

    Meanings and definitions of "agent"

    • Agent (software)
    • Agent (vertegenwoordiger)

Sample sentences with "agent"