gezond in Dutch dictionary

  • gezond

    Meanings and definitions of "gezond"

    • vrij van ziektes en zeertes
    • In goede fysieke en metale conditie; vrij van ziekte.

    Grammar and declension of gezond

    • gezond ( comparative gezonder, superlative gezondst)
    • gezond (comparative gezonder, superlative gezondst) ;;
      Inflection of gezond
      uninflected gezond
      inflected gezonde
      comparative gezonder
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial gezond gezonder het gezondst
      het gezondste
      indefinite m./f. sing. gezonde gezondere gezondste
      n. sing. gezond gezonder gezondste
      plural gezonde gezondere gezondste
      definite gezonde gezondere gezondste
      partitive gezonds gezonders
    • gezond (not used adjectivally)

Sample sentences with "gezond"