Translation of "trein" into Dutch
trein, trainen, tros are the top translations of "trein" into Dutch.
trein
-
trein
noun masculineeen rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
Nos tabata stop, i despues di algun minuut, un otro trein tabata pasa forbij cu hopi bochincha.
We stopten regelmatig en dan kwam na een paar minuten een andere trein voorbijrazen.
-
trainen
verbhet doen van lichamelijke oefeningen
-
tros
noun
-
Less frequent translations
- coachen
- fronsen
- samentrekken
- spoortrein
- uitdragen
- wegbrengen
- wegdragen
- oefenen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "trein" into Dutch
-
Glosbe Translate
Add example
Add