Translation of "Chegada" into Dutch
Aangekomen, aankomst, komst are the top translations of "Chegada" into Dutch.
-
Aangekomen
A culpa é minha por eles terem chegado tarde.
Het is mijn schuld dat zij laat aankwamen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Chegada" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
aankomst
noun feminineDe 1 (o ato de chegar) [..]
Sabes, a chegada da tua família despertou muita animação entre os moradores.
De aankomst van je familie heeft de interesse van de anderen.
-
komst
noun feminineCobb está armado e provavelmente antecipou a vossa chegada.
Cobb is gewapend en verwacht waarschijnlijk jullie komst.
-
finish
noun feminineDe 2 (a fase final de uma corrida)
Nunca falamos do percurso, só acordamos a linha de chegada.
We hebben nooit een route bepaald, alleen een finish.
-
plaats van aankomst
Inserir data e hora de chegada ao primeiro local de chegada no território aduaneiro.
Vermeld datum en tijdstip van aankomst op de eerste plaats van aankomst in het douanegebied.
Phrases similar to "Chegada" with translations into Dutch
-
bedragen · behalen · belenden · bereiken · besturen · brengen · doorkomen · geleiden · grenzen aan · halen · inhalen · inslaan · klaarspelen · komen op · leiden · leiden tot · raken · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitkomen op · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdienen · voeren · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · winnen
-
nieuwkomer
-
aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · afleiden · arriveren · bereiken · concluderen · deduceren · doorkomen · flirten · gebeuren · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · toereiken · toereikend zijn · voldoen · voldoende zijn · volstaan · voorkomen · voorvallen
-
eindmeet · eindstreep
-
hoe kom ik bij · hoe kom ik in
-
basta · bij voorkeur · eer · genoeg · liefst · liever · nogal · tamelijk · veeleer · voldoende · vrij
-
aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · afleiden · arriveren · bereiken · concluderen · deduceren · doorkomen · flirten · gebeuren · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · toereiken · toereikend zijn · voldoen · voldoende zijn · volstaan · voorkomen · voorvallen
-
aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · afleiden · arriveren · bereiken · concluderen · deduceren · doorkomen · flirten · gebeuren · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · toereiken · toereikend zijn · voldoen · voldoende zijn · volstaan · voorkomen · voorvallen