Translation of "acabar" into Dutch
beëindigen, eindigen, ophouden are the top translations of "acabar" into Dutch.
acabar
verb
grammar
Alcançar o seu próprio fim.
-
beëindigen
verbhet tot een einde brengen van iets (werkwoord)
Seria uma bênção acabar com sua vida pecaminosa aqui.
Het zal een zegening zijn om jouw leven vol zonden hier te beëindigen.
-
eindigen
verbEu nasci no ano em que a guerra acabou.
Ik ben geboren in het jaar dat de oorlog eindigde.
-
ophouden
verbParece que a batalha entre a Microsoft e a Apple nunca acabará.
Het lijkt erop dat de strijd tussen Microsoft en Apple nooit zal ophouden.
-
Less frequent translations
- voltooien
- afwerken
- afmaken
- afsluiten
- stoppen
- besluiten
- uitmaken
- voleindigen
- aflaten
- belanden
- aflopen
- sterven
- wijken
- uitscheiden
- terechtkomen
- stopzetten
- uitlopen
- opheffen
- volbrengen
- klaren
- verlopen
- afbreken
- opbreken
- staken
- uitgaan
- uitraken
- stelpen
- einde
- einden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "acabar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "acabar" with translations into Dutch
-
buiten werking stellen · de grond in boren · kapot maken · tenietdoen · vernielen · vernietigen
-
beëindigd · klaar · op · voorbij
-
Achab
-
net · onlangs · pas · zojuist
-
voltooid product
-
eind goed, al goed
Add example
Add