Translation of "acender" into Dutch

aansteken, aandoen, aanmaken are the top translations of "acender" into Dutch.

acender verb grammar
+ Add

Portuguese-Dutch dictionary

  • aansteken

    verb

    Antes de acender, escrevemos os nossos desejos uns para os outros.

    Voordat we't aansteken, schrijven we onze wensen voor elkaar op, en verbranden't voor geluk.

  • aandoen

    verb

    zorgen dat iets werkt

    Dessa vez a mãe não estava sorrindo ao acender a luz.

    Ditmaal glimlachte mama niet toen ze de lamp aandeed.

  • aanmaken

    verb

    Eu gostaria de ficar conversando, mas tenho de acender o fogo.

    Ik blijf graag even praten, maar ik moet'n vuur aanmaken.

  • Less frequent translations

    • doen ontbranden
    • geven
    • inschakelen
    • schakelen
    • aandraaien
    • ontsteken
    • verbranden
    • uitgaan
    • verdrijven
    • doorbrengen
    • uitkomen
    • opbrengen
    • toebrengen
    • aanbotsen
    • doneren
    • uittreden
    • uitstappen
    • uitstijgen
    • aanreiken
    • uitlopen
    • toekennen
    • schenken
    • aangeven
    • verlenen
    • geduwd worden
    • zich stoten
    • licht
    • stoken
    • draaien
    • omdraaien
    • opendoen
    • wenden
    • openmaken
    • zwenken
    • ronddraaien
    • wentelen
    • ontsluiten
    • openen
    • keren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "acender" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Add

Translations of "acender" into Dutch in sentences, translation memory