Translation of "aposta" into Dutch

weddenschap, gok, waagstuk are the top translations of "aposta" into Dutch.

aposta noun verb feminine grammar
+ Add

Portuguese-Dutch dictionary

  • weddenschap

    noun feminine

    Een overeenkomst die bepaalt dat de persoon die het resultaat van een gebeurtenis kan raden geld of een andere prijs zal krijgen van een andere persoon.

    Tom ganhou a aposta.

    Tom won de weddenschap.

  • gok

    noun masculine

    Isso é o que ganha por apostar no favorito.

    Tja, dat krijg je als je slecht gokt.

  • waagstuk

    noun neuter
  • waarschijnlijkheid

    noun feminine
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "aposta" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "aposta" with translations into Dutch

  • bijstelling
  • sportweddenschap
  • gokken
  • Paradijsvogel
  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aanslaan · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · doen · doorvoeren · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · ontvangen · opbrengen · opdringen · opleggen · overtrekken · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stoppen · stukadoren · toepassen · veraccijnzen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
  • er op kunnen rekenen · gokken · inzet · speculeren · spelen · verwedden · wedden
  • Bijstelling
  • onzekerheid · twijfel
Add

Translations of "aposta" into Dutch in sentences, translation memory