Translation of "ascender" into Dutch

stijgen, klimmen, rijzen are the top translations of "ascender" into Dutch.

ascender verb grammar
+ Add

Portuguese-Dutch dictionary

  • stijgen

    verb

    Enquanto crescente numero de mortos ascendeu lucros gerados.

    Terwijl het dodental steeg, steeg ook de winst die het opleverde.

  • klimmen

    verb noun

    E há outros que piscam conforme ascendem, assim.

    En er zijn anderen die hun licht aandoen als ze klimmen zoals dit.

  • rijzen

    verb

    E quando essa hora chegar, o bem sempre ascenderá...

    Wanneer die tijd komt, zal het goede altijd rijzen.

  • Less frequent translations

    • bestijgen
    • opstijgen
    • uitkomen
    • uitstijgen
    • uitgaan
    • uitlopen
    • afdalen
    • uittreden
    • uitstappen
    • zinken
    • naar beneden gaan
    • naar boven gaan
    • beklimmen
    • opgaan
    • omhoog gaan
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "ascender" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Add

Translations of "ascender" into Dutch in sentences, translation memory