Translation of "dividir" into Dutch

delen, verdelen, splitsen are the top translations of "dividir" into Dutch.

dividir verb grammar
+ Add

Portuguese-Dutch dictionary

  • delen

    verb

    Geheel of gedeeltelijk verdelen in een min of meer rechte lijn. [..]

    Eu dividi um quarto com ele.

    Ik deelde een kamer met hem.

  • verdelen

    verb

    De 1 (partir ou separar em diversas partes) [..]

    Mas eu não quero mais dividir minha atenção.

    Maar ik wil m'n aandacht gewoon niet meer verdelen.

  • splitsen

    verb

    Geheel of gedeeltelijk verdelen in een min of meer rechte lijn.

    Primeiro nós dividimos igualmente em homenagem às famílias originais.

    Eerst hebben we eerlijk gesplitst om eer te tonen aan de oorspronkelijke families.

  • Less frequent translations

    • opsplitsen
    • afbreken
    • scheiden
    • splijten
    • rondbrengen
    • distribueren
    • indelen
    • afscheiden
    • uitdelen
    • verkopen
    • omzetten
    • schiften
    • quotiseren
    • afzonderen
    • debiteren
    • kloven
    • aftakken
    • selecteren
    • rondgeven
    • ronddelen
    • uitreiken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "dividir" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "dividir" with translations into Dutch

Add

Translations of "dividir" into Dutch in sentences, translation memory