Translation of "provocar" into Dutch
veroorzaken, provoceren, teweegbrengen are the top translations of "provocar" into Dutch.
provocar
verb
grammar
-
veroorzaken
verbIets doen wat een reactie teweeg brengt.
Este ensaio não pode provocar deformações permanentes, nem fissuras ou rupturas.
De proef mag geen blijvende vervorming, breuken of scheuren veroorzaken.
-
provoceren
verbIets doen wat een reactie teweeg brengt.
Ele foi enviado pelos nazistas para nos provocar.
Hij werd gestuurd door de Nazi's om ons te provoceren.
-
teweegbrengen
verbMas, finalmente, a palavra certa provocou nele uma mudança perceptível.
Maar uiteindelijk hoorde hij het juiste woord dat een reactie teweegbracht.
-
Less frequent translations
- irriteren
- ophitsen
- plagen
- uitlokken
- prikkelen
- opstoken
- aanstoken
- opwekken
- aanrichten
- sarren
- houden
- stichten
- aandoen
- uitschrijven
- beleggen
- op de heupen werken
- op stang jagen
- uitdagen
- tarten
- tergen
- ergeren
- aanzetten
- plaatsen
- leggen
- bemiddelen
- opwinden
- verschaffen
- mishandelen
- agaceren
- uittarten
- verontwaardigen
- stationeren
- vereenzelvigen
- situeren
- uitreiken
- identificeren
- verstrekken
- steken
- bewegen
- aanmoedigen
- aansporen
- stimuleren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "provocar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "provocar" with translations into Dutch
-
abortus
-
aborteren · abortus plegen · een vrucht afdrijven
Add example
Add