Translation of "saída" into Dutch

uitgang, afrit, uitweg are the top translations of "saída" into Dutch.

saída verb noun feminine grammar
+ Add

Portuguese-Dutch dictionary

  • uitgang

    noun masculine

    Onde está a saída?

    Waar is de uitgang?

  • afrit

    noun

    Há um grande engarrafamento á saída de Roma!

    Er is een grote opstopping aan de afrit Rome!

  • uitweg

    noun

    Não há saída fácil.

    Er is geen gemakkelijke uitweg.

  • Less frequent translations

    • uitvoer
    • uittocht
    • uitgaaf
    • exodus
    • vertering
    • besteding
    • vertrekken
    • uitgeven
    • uitgifte
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "saída" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "saída" with translations into Dutch

  • uitchecken
  • beluik · doodlopende straat
  • uitcheckmap
  • rok · vrouwenrok
  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanreiken · aansteken · afdalen · afsluiten · bereiken · bestijgen · besturen · brengen · doneren · doorbrengen · geduwd worden · geleiden · geven · grenzen aan · inhalen · inschakelen · klimmen · leiden · leiden tot · naar boven gaan · naar buiten gaan · reiken tot · resulteren · rijzen · schakelen · schenken · stijgen · toebrengen · toekennen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vakantie · verlaten · verlenen · volgen · voortspruiten · voortvloeien · zich stoten · zinken
Add

Translations of "saída" into Dutch in sentences, translation memory