Translation of "tomar" into Dutch
drinken, nemen, pakken are the top translations of "tomar" into Dutch.
tomar
verb
grammar
-
drinken
verb neuterEen vloeistof door de mond consumeren. [..]
Sempre tomo duas xícaras de café de manhã.
Ik drink 's morgens altijd twee kopjes koffie.
-
nemen
verbDe 1 (agarrar) [..]
Estou exausto! Só quero ir para casa, tomar um banho e ir para a cama.
Ik ben uitgeput! Ik wil alleen naar huis gaan, een bad nemen en naar bed gaan.
-
pakken
verbPor que não vai tomar um café, Tenente?
Waarom pak je voor jezelf geen kop koffie, luitenant?
-
Less frequent translations
- afpakken
- afnemen
- wegnemen
- weghalen
- inhouden
- afhalen
- afsnijden
- rissen
- ritsen
- aftellen
- korten
- afsteken
- aftrekken
- overnemen
- gebruiken
- ontnemen
- bewaren
- vergen
- verwijderen
- opdoeken
- wegleggen
- elimineren
- afschaffen
- afslaan
- wegzetten
- wegdoen
- opbergen
- bergen
- uitmaken
- in beslag nemen
- oppakken
- benemen
- onderscheppen
- zonnebaden
- de keel smeren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "tomar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Tomar
proper
-
Tomar
Ainda estou a tentar encontrar o hospital onde o Tomar nasceu.
Ik ben nog steeds bezig met het ziekenhuis waar Tomar werd geboren te vinden.
Images with "tomar"
Phrases similar to "tomar" with translations into Dutch
-
passen op
-
zonnebaden · zonnen
-
band · boekdeel · deel · volume
-
Tomas Barrón
-
sauna
-
afwegen · het gewicht bepalen · wegen · zwaar zijn
-
aannemen · aanwerven · huren · in dienst nemen · tewerkstellen
-
donder op · flikker op · krijg de kanker · krijg de tering · rot op
Add example
Add