Translation of "aftrek" into Dutch

aftrekken, inhouden, aftellen are the top translations of "aftrek" into Dutch.

aftrek
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • aftrekken

    verb neuter

    Spesifiseer hoe baie tyd na voeg by of aftrek na die algeheel en sessie tyd

    Bepaal hier hoeveel tijd er moet worden toegevoegd of afgetrokken van de totale en sessietijd

  • inhouden

    verb noun

    “Van jongs af”, sê hy, “het ons ons kinders betrek by besprekings oor die inhoud van films waarin ons as ’n gesin belanggestel het.

    Hij zegt: „We hebben onze kinderen van jongs af aan betrokken bij gesprekken over de inhoud van films waar we als gezin belangstelling voor hadden.

  • aftellen

    verb
  • Less frequent translations

    • korten
    • rissen
    • ritsen
    • afpakken
    • weghalen
    • afhalen
    • afsteken
    • afsnijden
    • afnemen
    • wegnemen
    • afmatting
    • afplukken
    • afrukken
    • aftrek
    • apathie
    • consternatie
    • dofheid
    • losbranden
    • melancholie
    • mistroostigheid
    • moeheid
    • opstappen
    • slapheid
    • slapte
    • somberheid
    • tijgen
    • tokkelen
    • traagheid
    • vadsigheid
    • vermoeienis
    • weemoed
    • wegrijden
    • wegscheuren
    • wezenloosheid
    • lusteloosheid
    • vermoeidheid
    • verslagenheid
    • afrijden
    • loomheid
    • matheid
    • stilstand
    • bedroefdheid
    • afvuren
    • moedeloosheid
    • droefgeestigheid
    • ontsteltenis
    • zwaarmoedigheid
    • verbijstering
    • uitvaren
    • oprapen
    • afbreken
    • starten
    • plukken
    • weggaan
    • afgaan
    • uitlopen
    • vertrekken
    • aan de gang brengen
    • op weg gaan
    • zich verwijderen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "aftrek" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "aftrek" with translations into Dutch

  • betrekken
  • overtrekken
  • aankleden · kleden · zich aankleden · zich kleden
  • Grote Trek
  • intrekken
  • vervolgkeuzelijst met invoervak
  • aan de gang brengen · afrijden · afrit · afvaart · kamer · lokaal · ondergang · ruimte · starten · tijgen · uitvaren · verderf · verdwijning · vertrek · vertrekken · weggaan · wegrijden · zich verwijderen
  • paffen · schieten · trek · trekken · vuren
Add

Translations of "aftrek" into Dutch in sentences, translation memory