Translation of "trek" into Dutch
trekken, schieten, vuren are the top translations of "trek" into Dutch.
trek
verb
noun
grammar
-
trekken
verbToe het Lot met sy gesin en diere soontoe getrek.
Lot trok met zijn gezin en zijn vee daarheen.
-
schieten
verbTerwyl Bernie nog praat, word die houer wat so pas volgemaak is, vinnig met ’n kabel opwaarts getrek.
Terwijl hij nog praat, schiet de net gevulde bak aan een kabel omhoog.
-
vuren
adjective verb nounTog word Moses se geloofwaardigheid al meer as ’n eeu lank deur geleerdes sowel as geestelikes in twyfel getrek.
Toch wordt hij al meer dan een eeuw door zowel wetenschappers als geestelijken onder vuur genomen.
-
Less frequent translations
- paffen
- trek
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "trek" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "trek" with translations into Dutch
-
aan de gang brengen · afbreken · afgaan · afhalen · afmatting · afpakken · afplukken · afrijden · afrukken · afsteken · aftellen · aftrek · afvuren · apathie · bedroefdheid · consternatie · droefgeestigheid · inhouden · loomheid · losbranden · lusteloosheid · matheid · melancholie · mistroostigheid · moedeloosheid · moeheid · ontsteltenis · oprapen · opstappen · rissen · ritsen · slapheid · slapte · somberheid · stilstand · tokkelen · traagheid · uitlopen · uitvaren · vadsigheid · vermoeidheid · vermoeienis · verslagenheid · weemoed · weggaan · weghalen · wegnemen · wegrijden · wegscheuren · wezenloosheid · zwaarmoedigheid
-
Grote Trek
Add example
Add