Translation of "begaan" into Dutch
nakomen, naleven, voltrekken are the top translations of "begaan" into Dutch.
begaan
-
nakomen
verb -
naleven
verb -
voltrekken
verb
-
Less frequent translations
- uitvoeren
- verrichten
- vervullen
- maken
- doen
- bedrijven
- bouwen
- fitten
- construeren
- aanmaken
- uitrichten
- uitbrengen
- aanleggen
- installeren
- verwerkelijken
- doorvoeren
- realiseren
- verwezenlijken
- bewerkstelligen
- stoppen
- tot stand brengen
- stellen
- steken
- zetten
- leggen
- poseren
- situeren
- stationeren
- plaatsen
- zitten
- handelen
- behoeden
- laten
- beschermen
- optreden
- assureren
- sponsoren
- supplementeren
- verzeggen
- voleinden
- volmaken
- volschenken
- dempen
- uitloven
- fabriceren
- bijwerken
- spekken
- ageren
- garanderen
- uitwerken
- completeren
- toezeggen
- invullen
- vrijwaren
- waarborgen
- beveiligen
- opereren
- aanvullen
- betuigen
- verzekeren
- vervaardigen
- vullen
- beloven
- werken
- bezig zijn
- borg staan voor
- effect sorteren
- in veiligheid brengen
- laten doen
- te werk gaan
- uitwerking hebben
- veilig stellen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "begaan" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "begaan" with translations into Dutch
-
aangaan
-
ga weg
-
overgaan
-
ik weet niet of hij ziek is, maar ik ga het vragen
-
de pijp aan Maarten geven · het loodje leggen
-
aanbotsen · aandoen · aangeven · aanreiken · aansteken · afdalen · bereiken · bestijgen · besturen · brengen · doneren · inhalen · leiden · naar beneden gaan · opbrengen · resulteren · rijzen · schakelen · toebrengen · uitkomen · uitstappen · voeren · volgen · voortspruiten · zich stoten
-
binnengaan · ingaan
-
afdalen · bestijgen · klimmen · naar beneden gaan · naar boven gaan · opgaan · rijzen · stijgen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · zinken
Add example
Add