Translation of "gaan" into Dutch

gaan, lopen, varen are the top translations of "gaan" into Dutch.

gaan verb grammar
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • gaan

    verb

    Het jy besluit om Japan toe te gaan?

    Heb je besloten om naar Japan te gaan?

  • lopen

    verb

    Byna onmiddellik sak die jangada in die water en lyk dit asof dit gaan sink.

    Bijna onmiddellijk loopt de jangada vol water en lijkt hij te zinken.

  • varen

    verb

    Hulle het ons die oggend rivierop sien gaan en wag vir ons om terug te keer.

    Ze hebben ons ’s morgens stroomopwaarts zien varen en hebben gewacht tot we terugkomen.

  • Less frequent translations

    • rijden
    • verlopen
    • karren
    • ga
    • zich begeven
    • gesteld zijn
    • het maken
    • van stapel lopen
    • vertrekken
    • weggaan
    • verlaten
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "gaan" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "gaan" with translations into Dutch

  • aangaan
  • ik weet niet of hij ziek is, maar ik ga het vragen
  • aanleggen · aanmaken · aanvullen · ageren · assureren · bedrijven · behoeden · beloven · beschermen · betuigen · beveiligen · bewerkstelligen · bezig zijn · bijwerken · borg staan voor · bouwen · completeren · construeren · dempen · doen · doorvoeren · effect sorteren · fabriceren · fitten · garanderen · handelen · in veiligheid brengen · installeren · invullen · laten · laten doen · leggen · maken · nakomen · naleven · opereren · optreden · plaatsen · poseren · realiseren · situeren · spekken · sponsoren · stationeren · steken · stellen · stoppen · supplementeren · te werk gaan · toezeggen · tot stand brengen · uitbrengen · uitloven · uitrichten · uitvoeren · uitwerken · uitwerking hebben · veilig stellen · verrichten · vervaardigen · vervullen · verwerkelijken · verwezenlijken · verzeggen · verzekeren · voleinden · volmaken · volschenken · voltrekken · vrijwaren · vullen · waarborgen · werken · zetten · zitten
  • de pijp aan Maarten geven · het loodje leggen
Add

Translations of "gaan" into Dutch in sentences, translation memory