Translation of "slaan" into Dutch
slaan, treffen, neerknuppelen are the top translations of "slaan" into Dutch.
slaan
verb
grammar
-
slaan
verbDaar het hulle my geslaan en vir dood agtergelaat.
Daar werd ik geslagen en voor dood achtergelaten.
-
treffen
verbAs jy oor ’n sekere punt wonder, slaan die kruisverwysings na as dit in jou Bybel verskyn.
Wanneer u door een bepaald punt getroffen wordt, zoek dan de kruisverwijzingen op als die in uw bijbel voorkomen.
-
neerknuppelen
-
raken
verbHulle werk soos een man saam en slaan elkeen die materiaal om die beurt waar die ander een gemis het.
Terwijl ze hun slagen in vakkundige harmonie afwisselen, raakt elk wat de ander niet geraakt heeft.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "slaan" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "slaan" with translations into Dutch
-
afkeuren · afslaan · afstoten · afwijken · afwijzen · braken · ciseleren · heruitzenden · het oneens zijn · kotsen · nee zeggen tegen · ontzenuwen · overgeven · pareren · retourneren · spugen · terugbezorgen · terugdringen · terugslaan · terugstoten · terugsturen · terugwijzen · uitdrijven · verdrijven · verdringen · verduwen · vergooien · verjagen · vertikken · verwerpen · vomeren · weerleggen · wegdrijven · wegdringen · wegduwen · weggooien · wegjagen · wegstoten · wegwerpen · weigeren · weren · wraken
-
beslaan
-
acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien
-
afhakken · afhouwen · afslachten · bedaren · de moed ontnemen · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · geruststellen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · oversteken · overtreffen · putten uit · slachten · slopen · te boven gaan · terneerdrukken · uitblinken · uitgraven · uitmunten · uitputten · vellen · verslaan · verzwakken · voorbijstreven · winnen · wippen · zegevieren
Add example
Add