Translation of "verslaan" into Dutch

verslaan, overwinnen, winnen are the top translations of "verslaan" into Dutch.

verslaan
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • verslaan

    verb

    Een gevecht of een wedsrijd al winnend beëindigen.

    En dit het gebeur dat ek hom verslaan het met my leër, sodat hy voor my gevlug het.

    En het geschiedde dat ik hem met mijn leger versloeg, zodat hij voor mij vluchtte.

  • overwinnen

    verb

    Een gevecht of een wedsrijd al winnend beëindigen.

    Met Jehovah se hulp en beskerming het Josua “Amalek en sy volk derhalwe . . . verslaan” (Eks.

    Met Jehovah’s hulp en bescherming „overwon Jozua Amalek en zijn volk” (Ex.

  • winnen

    verb
  • Less frequent translations

    • zegevieren
    • bevangen
    • delven
    • doodmaken
    • kleinmaken
    • opduikelen
    • rooien
    • opgraven
    • geruststellen
    • wippen
    • kalmeren
    • bedaren
    • uitgraven
    • ombrengen
    • aflopen
    • overtreffen
    • afleggen
    • doorgaan
    • neerkomen
    • gaan door
    • putten uit
    • neervellen
    • doden
    • vellen
    • overgaan
    • afhakken
    • afhouwen
    • doodschieten
    • fnuiken
    • fusilleren
    • omhakken
    • omkappen
    • slopen
    • terneerdrukken
    • verootmoedigen
    • uitmunten
    • deprimeren
    • neerdrukken
    • neerhalen
    • uitblinken
    • slachten
    • afkappen
    • voorbijstreven
    • afslachten
    • kappen
    • oversteken
    • vernederen
    • afbreken
    • uitputten
    • verzwakken
    • ontmoedigen
    • de moed ontnemen
    • neerslachtig maken
    • te boven gaan
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "verslaan" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "verslaan" with translations into Dutch

  • afkeuren · afslaan · afstoten · afwijken · afwijzen · braken · ciseleren · heruitzenden · het oneens zijn · kotsen · nee zeggen tegen · ontzenuwen · overgeven · pareren · retourneren · spugen · terugbezorgen · terugdringen · terugslaan · terugstoten · terugsturen · terugwijzen · uitdrijven · verdrijven · verdringen · verduwen · vergooien · verjagen · vertikken · verwerpen · vomeren · weerleggen · wegdrijven · wegdringen · wegduwen · weggooien · wegjagen · wegstoten · wegwerpen · weigeren · weren · wraken
  • neerknuppelen · raken · slaan · treffen
  • beslaan
  • acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien
Add

Translations of "verslaan" into Dutch in sentences, translation memory