Translation of "give" into Dutch
geven, verlenen, schenken are the top translations of "give" into Dutch.
give
verb
grammar
-
geven
verboverdragen van het bezit van iets aan iemand anders [..]
Jeg gav tiggeren alle de penge jeg havde.
Ik gaf de bedelaar al het geld dat ik had.
-
verlenen
verbToldmyndighederne kan give en sådan tilladelse på de betingelser, de anser for at være hensigtsmæssige.
De douaneautoriteiten kunnen vergunning verlenen voor het gebruik van deze methode, op de door hen passend geachte voorwaarden.
-
schenken
verbVed at gøre det, giver vi ham den guddommelige gave – taknemlighed.
Daarmee schenken wij Hem de goddelijke gave van dankbaarheid.
-
Less frequent translations
- toekennen
- aanreiken
- aangeven
- opbrengen
- uitgaan
- toebrengen
- doneren
- uitlopen
- aandoen
- schakelen
- uitkomen
- inschakelen
- verdrijven
- aansteken
- doorbrengen
- uitstijgen
- uittreden
- aanbotsen
- aandraaien
- uitstappen
- geduwd worden
- zich stoten
- overhandigen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "give" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "give"
Phrases similar to "give" with translations into Dutch
-
geef mij · geeft u mij
-
aanhouden · abdiceren · abdiqueren · achteruitgaan · achteruitlopen · afleggen · afstaan · afstand doen · afstand doen van · aftreden · in de steek laten · laten varen · opgeven · prijsgeven · terrein verliezen · terugdeinzen · teruggaan · teruglopen · toegeven · uitstellen · uitvallen · verdagen · verlaten · verlopen · verschuiven · wijken · zich onderwerpen · zwichten
-
loslaten
-
alert · waarschuwen · waarschuwing
-
betekenisvol · kloppen · zinvol
-
Melding geven bij statuswijziging
-
botvieren · opvieren · uitschieten · uitvieren · vieren
-
gaf · gaven
Add example
Add