Translation of "Abreise" into Dutch
vertrek, uittocht, afreis are the top translations of "Abreise" into Dutch.
Abreise
noun
Noun
feminine
grammar
-
vertrek
noun neuterIch bereite mich auf meine Abreise morgen vor.
Ik ben me aan het voorbereiden om morgen te vertrekken.
-
uittocht
noun -
afreis
Er ist vorgestern nach London abgereist.
Eergisteren is hij naar Londen afgereisd.
-
Less frequent translations
- ondergang
- verderf
- verdwijning
- afrit
- afvaart
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Abreise" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
abreise
verb
+
Add translation
Add
"abreise" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for abreise in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "Abreise" with translations into Dutch
-
op tijd vertrekken
-
aan de gang brengen · afgaan · afreizen · afrijden · afvuren · losbranden · op weg gaan · opstappen · starten · tijgen · uitlopen · uitvaren · vertrekken · weggaan · wegrijden · zich verwijderen
-
hij wist niets van mijn vertrek
-
op tijd vertrekken
Add example
Add