Translation of "Abscheu" into Dutch

afschuw, walging, afgrijzen are the top translations of "Abscheu" into Dutch.

Abscheu noun Noun masculine grammar

(starke) Abneigung

+ Add

German-Dutch dictionary

  • afschuw

    noun masculine

    hevige afkeer [..]

    Ich möchte hier und jetzt meine tiefste Abscheu ausdrücken.

    Ik wil hier en nu uiting geven aan mijn diepste afschuw..

  • walging

    noun

    een sterke weerzin die fysiek gevoeld wordt [..]

    Nicht, wenn du denkst, ich könnte mehr empfinden als bloße Abscheu für dich.

    Niet als je denkt dat ik ooit iets anders voor je kan voelen dan walging.

  • afgrijzen

    neuter

    Extreme haat of walging, het gevoel van volslagen afkeer.

    Eben noch hätte ich Sie voll Abscheu von mir gestoßen.

    Had u een uur terug zo gesproken, had ik u vol afgrijzen geweerd.

  • Less frequent translations

    • afschrik
    • weerzin
    • afkeer
    • gruwel
    • verschrikking
    • schrik
    • walg
    • hekel
    • griezel
    • gruweldaad
    • aversie
    • degout
    • erschrikking
    • tegenzin
    • afstoting
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Abscheu" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

abscheu
+ Add

"abscheu" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for abscheu in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "Abscheu" with translations into Dutch

  • een afschuw hebben van · een hekel hebben aan · een weerzin hebben tegen · minachten · verafschuwen · verfoeien · versmaden
  • afgrijzen · afschrik · afschuw · fi · gruwel · gruweldaad · rottigheid · verschrikking · weerzin
  • afschuw van
Add

Translations of "Abscheu" into Dutch in sentences, translation memory