Translation of "Abwechseln" into Dutch

afwisselen, variëren, werken are the top translations of "Abwechseln" into Dutch.

abwechseln Verb grammar

(sich) abwechseln

+ Add

German-Dutch dictionary

  • afwisselen

    verb

    om en om plaatsvinden [..]

    Sie werden abwechselnd aus den zwei vertretenen Wirtschaftsgruppen gewählt .

    Zij worden afwisselend gekozen uit de twee vertegenwoordigde economische groeperingen .

  • variëren

    verb

    Zeigen Sie, wenn Sie ein Lied wiederholen, abwechselnd mit den beiden Bildern an, wer singen soll.

    Terwijl u een lied herhaalt, varieert u de plaatjes om aan te geven wie er zingt.

  • werken

    verb

    Es wurden zwei Gruppen von Gremien eingerichtet, die jährlich abwechselnd eingesetzt werden.

    Twee groepen panels zijn opgericht die beurtelings elk een jaar werken.

  • Less frequent translations

    • verdagen
    • schelen
    • uitstellen
    • uiteenlopen
    • verschuiven
    • aflossen
    • aanhouden
    • verschillen
    • beurt
    • wisselen
    • alterneren
    • verwisselen
    • invallen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Abwechseln" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "Abwechseln" with translations into Dutch

  • alterneren · elkaar afwisselen
  • afwisselend · alternatief · beurtelings · bij afwisseling · om beurten · om de beurt · om en om · verwisselend · wisselend
Add

Translations of "Abwechseln" into Dutch in sentences, translation memory