Translation of "Angreifen" into Dutch

inwerking, aanvallen, aantasten are the top translations of "Angreifen" into Dutch.

Angreifen Noun grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • inwerking

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Angreifen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

angreifen verb grammar

hart rangehen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • aanvallen

    verb

    Een brute kracht op iemand of iets uitoefenen. [..]

    Ich habe heute ein Video geschaut, in dem ein riesiger Hundertfüßer eine Schlange angegriffen und gefressen hat.

    Ik heb vandaag een filmpje bekeken waarin een reusachtige duizendpoot een slang heeft aangevallen en opgegeten.

  • aantasten

    verb

    Obwohl er sich Malaria zugezogen hatte und seine Gesundheit angegriffen war, machte er weiter.

    Hij zette door, ook al had hij malaria opgelopen en was zijn gezondheid aangetast.

  • grijpen

    verb

    Eine Polizistin anzugreifen ginge selbst ihm zu weit.

    Achter'n agent aanzitten, is zelfs voor hem te hoog gegrepen.

  • Less frequent translations

    • aangrijpen
    • tackelen
    • bemachtigen
    • vastgrijpen
    • irriteren
    • agaceren
    • prikkelen
    • aanpakken
    • attaqueren
    • overvallen
    • binnenvallen
    • aanranden
    • aanval
    • pakken
    • aanvechten
    • raken
    • treffen
    • inslaan
    • vatten
    • aandoen
    • aanbreken
    • aanspreken
    • beginnen
    • bestrijden
    • inwerken
    • ophitsen
    • verzwakken
    • halen
    • vangen
    • vergrijpen
    • bemerken
    • bewegen
    • vernemen
    • waarnemen
    • botsen
    • beetkrijgen
    • konfiskeren
    • ontroeren
    • verontwaardigen
    • aanstoken
    • beetnemen
    • confisqueren
    • vastpakken
    • ergeren
    • teisteren
    • sarren
    • plagen
    • laden
    • merken
    • agressie plegen
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • invloed hebben op
    • inwerken op
    • op stang jagen
    • verbeurd verklaren
    • zich aanstellen
    • betwisten
    • bestormen
    • chargeren

Images with "Angreifen"

Phrases similar to "Angreifen" with translations into Dutch

Add

Translations of "Angreifen" into Dutch in sentences, translation memory