Translation of "Anhang" into Dutch
bijlage, aanhangsel, appendix are the top translations of "Anhang" into Dutch.
Anhang
noun
masculine
grammar
Schranze (veraltet) (gehoben) [..]
-
bijlage
noun masculineEs sind die Transliterationsregeln, die in Anhang 2 festgelegt sind, zu befolgen.
De in bijlage 2 opgenomen voorschriften voor translitteratie dienen in acht te worden genomen.
-
aanhangsel
noun neuterErläuterungen zu den Fußnoten befinden sich in Anlage 10 dieses Anhangs.
De voetnoten zijn opgenomen in aanhangsel 10 van deze bijlage.
-
appendix
nounIm Anhang ist eine genaue Erklärung zu finden, warum die Verwendung des göttlichen Eigennamens angebracht ist.
Het appendix verschaft een duidelijke verklaring waarom het gebruik van de goddelijke naam passend is.
-
Less frequent translations
- toevoeging
- toeslag
- bijvoegsel
- aanhang
- supplement
- supplementie
- leden
- rekening
- berekening
- aanvulling
- toevoegsel
- optelling
- additie
- bijwerk
- bijtelling
- calculatie
- bijzaak
- bijkomstigheid
- nota
- wormvormig aanhangsel
- attachment
- affix
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Anhang" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "Anhang" with translations into Dutch
-
bijlage
-
zie bijlage
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aanhangen · aanhechten · aankaarten · aanklampen · aankoppelen · aanlanden · aanpakken · aanpraten · aansmeren · aansnijden · aanspreken · aanvangen · aanwrijven · annexeren · beginnen · beginnen met · bevestigen · bijvoegen · enteren · haken · hangen · hangen aan · hechten · in de schoenen schuiven · landen · ophangen · opknopen · stoten op · toespreken · toetreden · toevoegen · vasthaken · zich stoten aan
Add example
Add